Moeder aller groentetassen

Odin, het bedrijf achter de biologische groentetas met steeds wisselende inhoud, bestaat 25 jaar. De tas heeft de laatste jaren veel concurrentie gekregen.

Wat schaft vandaag de groentetas? Andijvie en venkel uit Noord-Brabant, groene kool en ui uit Zeeland en een knots van een paprika uit Frankrijk. Alles biologisch of biologisch-dynamisch. En natuurlijk horen daar ook een recept en uitleg over de producten bij, zegt Koos Bakker (58), directeur en een van de grondleggers van Odin, het bedrijf dat aan de wieg stond van het groenteabonnement en dit jaar 25 jaar bestaat. „Dat maakt het verhaal rond. Communicatie met onze klanten is heel belangrijk.”

Bakker staat in een bedrijfshal in Geldermalsen waar de Odin-groentetassen worden ingepakt. De tas waarop de consument zich kan abonneren is verreweg het bekendste product van het bedrijf. Odin is verder actief als handelsonderneming voor biologische producten, beschikt over een webwinkel en over biologische speciaalzaken (Estafette). Volgende week gaat de twaalfde Estafettewinkel open, in de Haagse nieuwbouwwijk Leidschenveen.

Op dit moment worden in Geldermalsen de ’kleine groenteabonnement’ ingepakt. Kratten worden af- en-aangereden, de ongeveer twintig inpakkers werken stevig door. De tassen moeten immers bijtijds worden afgeleverd bij de ruim vierhonderd afhaalpunten in het land. Daar kunnen de abonnementhouders ze dan oppikken. Odin heeft op deze manier zo’n 15.000 vaste klanten, goed voor zo’n dertig procent van de inkomsten van het bedrijf.

Dat is wel minder dan vroeger, beaamt Bakker. Acht jaar geleden waren er zelfs twee keer zoveel Odin-abonnees. Maar toen was het biologische product nog een zeldzaamheid in de supermarkt, legt Bakker uit. „Gelukkig is dat nu anders.” En natuurlijk is het idee van de groentetas ook links en rechts nageaapt, door regionale initiatieven. Ook dat vindt Bakker niet echt een probleem. Hoe meer biologisch wordt gegeten, des te beter, redeneert hij. „Bovendien: verschillende van deze initiatieven haken weer aan onze teeltafspraken met boeren.”

Want zo gaat Odin te werk: het bedrijf maakt met een groep van zo’n honderd boeren afspraken over teelt en volume en verzekert hen dus van afzetmogelijkheden; de groentetas is daarbij een belangrijk kanaal. Verder levert Odin aan winkels in binnen- en buitenland. Per saldo is zo een efficiënte, duurzame productie mogelijk. Uiteindelijk profiteert iedereen daarvan. De consument kan vertrouwen op een betrouwbaar product, de boeren op een eerlijke prijs. En, misschien nog wel het belangrijkste: dankzij deze aanpak kan volgens Odin in totaal zo’n 250 hectare landbouwgrond blijvend duurzaam worden bebouwd.

Nu heeft de groentetas een oer-Hollands imago van snijbiet, schorseneer, aardpeer, ui en vooral veel kool. Producten van het seizoen, natuurlijk duurzaam, maar wel vaak hetzelfde. Waarom zat er bijvoorbeeld de laatste weken zoveel sla in? De sla was dit jaar veel ingepland, legt Bakker uit. „Daarbij viel de oogst ook nog royaal uit. In dat geval helpen we de boer door de sla toch aan te bieden. Wij zeggen daarbij ook: consument, maak daar ook gebruik van. Want als de boer zijn sla niet kan verkopen, moet hij dat verlies elders compenseren. Uiteindelijk wordt niemand daarvan beter.”

Het is typerend voor de bedrijfsfilosofie van Odin. Het risico van de oogst ligt niet alleen bij de boer, maar ook bij de consument. De lusten en de lasten delen zij samen.

Dat zie je ook terug in het gewicht van de tas. Bakker: „Als het groente- en fruitaanbod groot is, en dus de prijzen laag, zijn onze tassen relatief vol. Andersom geldt dat natuurlijk ook” Dat laatste kan weer tot teleurstelling of onbegrip leiden bij de klant, erkent Bakker. „In de maanden mei en juni, als de mensen al een zomers gevoel hebben, verwachten ze een tas boordevol vers geoogst fruit. Maar die wens is toch lastig voor ons te vervullen. Waar halen we dat fruit tegen een betaalbare prijs vandaan? De pluk van zomerfruit moet nog beginnen en de nieuwe oogst appels, peren en citrusvruchten komt in het najaar.” Daarom is communicatie met de consument heel belangrijk, onderstreept Bakker. En niet eenvoudig, want de kloof tussen de moderne consument en de landbouw is diep.

Odin kent vijf verschillende abonnementen. De ene groentetas is dus wat luxueuzer dan de andere. Zo staan in de bedrijfhal te Geldermalsen mandarijnen uit Spanje, bananen uit de Dominicaanse Republiek, courgettes, druiven en kiwi’s. Maar exotisch fruit en verre groenten, hoeveel voedselkilometers zijn dat niet? Staat dat niet haaks op de duurzaamheidsmissie van het bedrijf?

Natuurlijk, zegt Bakker, het is een dilemma, keuzes zijn ook lastig uit te leggen. „De consument snapt het niet als hij in mei biologische appels uit Argentinië aantreft in zijn tas. Maar de impact voor het milieu is misschien nog wel groter als je de in oktober geoogste appels tot april in het koelhuis moet opslaan, zeggen we dan.” Maar stelregel is dat de producten nimmer worden ingevlogen. Aardbeien uit Egypte en broccoli uit Midden-Amerika zijn dus taboe.

„25 jaar geleden hebben we uren vergaderd over de kiwi uit Frankrijk. Moeten we dat nu wel of niet doen? Maar onze missie is toch ook het bevorderen van de biologische landbouw overal in de wereld. Dus hebben we ook teeltafspraken gemaakt met boeren in het buitenland. Het liefst over biologisch-dynamische teelt, want dat is aantoonbaar beter en gezonder dan biologisch”, weet Bakker die zich daarbij onder meer baseert op onderzoek van de universiteit van Messina, Sicilië.

„Maar de laatste tijd zien we ook bij onze consument een tegengestelde trend; ze willen weer graag kool”, zegt Bakker. „De roep om producten van vaderlandse bodem neemt weer wat toe, juist omdat mensen zich ongerust maken over het energieverbruik van transport.” Daarmee lijkt de toekomst voor de traditionele Odin-groentetas, de moeder aller groentetassen, verzekerd.

Het idee voor de Odin-groentetas ontstond in 1994. Odin was toen een handelshuis tussen boeren en afnemers. Odin-directeur Koos Bakker: „Medewerkers namen aan het eind van de week wat mee naar huis. Wie om twaalf uur vertrok, kreeg vaak een mooie bloemkool mee, wie aan het eind van de dag naar huis ging, moest genoegen nemen met de restjes.” Toen ontstond het idee om voor elke werknemer een kistje groenten klaar te zetten. „Het was elke keer een verrassing ”, herinnert Bakker zich. Om ook de consument dat feest te gunnen, is de groentetas ontwikkeld. Al is de verrassing tegenwoordig wat minder groot; de inhoud is iedere week op de site van Odin na te lezen.

Elke keer verrassend

De bedrijfsstructuur van Odin is bijzonder. Het bedrijf is onderdeel van Estafette Associatie, dat ook de Estafette-winkels omvat en aan 220 mensen werk biedt.

Estafette Associatie is een commanditaire vennootschap (cv) en kent geen aandeelhouders. Het kapitaal wordt verstrekt door de stichting Vidar, die als stille vennoot verder geen invloed heeft op de gang van zaken bij Estafette.

Daarvoor zijn twaalf beherende vennoten verantwoordelijk, van wie Koos Bakker er een is. Bakker was in 1983 een van de oprichters van Odin en werkte eerder bij een coöperatie. Het beherend vennootschap staat in principe voor alle medewerkers open.

Vennoten delen in winst, maar ook in verlies. Voordeel van deze cv-constructie is dat belangen zijn verdeeld over diverse partijen en niemand zich dus eigenaar kan noemen.

Betrokkenen bij de biologisch-dynamische landbouw – boer, werknemers maar ook consumenten – kunnen wel financieel deelnemen, door participaties over te nemen van Vidar.

Participaties zijn al deels onderhands uitgegeven aan stichtingen die net als Vidar de biologische handel een warm hart toedragen.

Hoe consumenten en leveranciers het beste kunnen participeren, wordt nog onderzocht.

Juridisch is dat gezien de wetgeving niet eenvoudig.

(Trouw)

Laat een reactie achter