Consument heeft geen moeite met genvoeding
In 2005 was driekwart van de Europese burgers tegen voeding met genetische gemodificeerde bestanddelen. Maar in de supermarkt blijkt nu iets anders.
Ooit lagen in de Nederlandse supermarkt 130 producten met genetisch gemodificeerde organismen (genetically modified organisms oftewel GMO). Nu zijn dat er nog maar 19. De halvarine van De Zaanse Hoeve bijvoorbeeld, onderin het margarineschap van Albert Heijn. Of de slaolie van O’Lacy, een huismerk van diverse supermarktketens. Want supermarkten vreesden actiegroepen of boze burgers, zo omstreden was het modificeren van bestanddelen voor voedingsmiddelen jarenlang. Drie jaar geleden verklaarde nog driekwart van de Nederlanders zich tegen genetisch modificatie, blijkt uit de Eurobarometer 2005.
Gentech in de supermarkt: AH Halvarine Zaanse Hoeve; SU Ruitjes Halvarine; AH Slaolie; AH Slasaus; Markant Slaolie; O’Lacy Slaolie; Perfect slaolie; Goldsun Slaolie; Bon Apetit, Mexicaantjes; Jumbo Zoutjes Mexicaantjes; AH Mexicaantjes, AH Pikantjes, Osaka Chili Crackers; Grand Cru Mexicaantjes; Perfect Maiskiemolie; Plus slaolie; SU Ruitjes Margarine; Rilanto Margarine.
Maar eenmaal voor het winkelschap worden andere afwegingen gemaakt, blijkt uit een tweejarig Europees onderzoek in opdracht van de Europese Commissie. „GMO is geen echt issue bij de aankoop van levensmiddelen. Er wordt veel meer gelet op voedingswaarde, allergie en vooral prijs”, zegt dr. Patricia Osseweijer van de Faculteit Technische Natuurwetenschappen van TU Delft. Osseweijer analyseerde samen met promovenda Susanne Sleenhoff het aankoopgedrag van zesduizend Nederlandse consumenten. Dat is technisch mogelijk dankzij de bestanden van marktonderzoeksbureau Gfk, dat iedere aanslag op de kassa van de supermarkt registreert. Ook in diverse andere landen waar Gfk actief is – Engeland, Duitsland, maar ook bijvoorbeeld Polen en Zweden – werd het winkelgedrag geanalyseerd. In totaal zijn zo 41.000 Europese consumenten onder de loep genomen. En het beeld is overal hetzelfde.
„We hebben berekend dat elf procent van de Nederlandse consumenten tenminste één keer per jaar een van de 19 producten aanschaft met genetisch aangepaste ingrediënten”, zegt Osseweijer. Soja en maïs, gewassen waarvan de GMO-teelt wereldwijd groot is, zijn immers onmisbare grondstoffen voor de voedingsmiddelenindustrie. „Dat is eigenlijk best veel. Maar tegelijkertijd weten veel mensen niet dat ze zo’n product in hun winkelwagen stopten.” De producent is weliswaar wettelijk verplicht het op een etiket te vermelden als zijn product GMO-bestanddelen bevat –iets dat zestig procent van de consumenten ook zegt te weten–, maar etiketten worden slecht gelezen. „Tweeënzestig procent van de ondervraagden zegt hier nooit op te letten. Eigenlijk controleert maar één op de vijf consumenten het etiket op de eventuele aanwezigheid van genetisch gemodificeerde ingrediënten”, stelt de Delftse onderzoekster Osseweijer.
Wat zegt dit onderzoek eigenlijk over het draagvlak voor het restrictieve Europese beleid jegens GMO? Europa stelde bijvoorbeeld labeling verplicht, om de kritische consument een alternatief te bieden. Hoewel haar onderzoek vooral laat zien dat de consument niet principieel tegen GMO is, juicht Osseweijer persoonlijk labeling wel toe. „Prima hoor. Maar vraag is natuurlijk of we de juiste dingen labelen als de burger toch vooral geïnteresseerd is in gezondheid en calorieën. Want wat de impact van een product is op de gezondheid laat zich toch moeilijk samenvatten.”
(Trouw)